Go to main content
Formats
Format
BibTeX
MARCXML
TextMARC
MARC
DublinCore
EndNote
NLM
RefWorks
RIS

Linked e-resources

Details

Intro
Woord vooraf
Inhoudsopgave
I Inleiding
1 De oudste bepaling van de Nederlandse Grondwet
2 Theoretisch kader: constitutionele verandering
3 De opzet van dit onderzoek
3.1 Onderzoeksvraag
3.2 Bronnenonderzoek
3.3 Discoursanalyse
3.4 Opbouw van deze monografie
II 1814-1830
1 Een oud 'Ligchaam van Staat' met een nieuwe functie
1.1 Voorafgaand aan het Soeverein Vorstendom der Nederlanden
1.1.1 De Staten-Generaal in de Bourgondische en Habsburgse tijd
1.1.2 De Staten-Generaal tijdens de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden
1.1.3 De Bataafse revolutie en de Franse inlijving
1.2 Voorbereidingen voor een nieuwe grondwet
1.2.1 Aanvaarding der soevereiniteit 'onder waarborging eener vrije constitutie'
1.2.2 De 'Schets' van Van Hogendorp
1.2.3 De vergaderingen van de grondwetscommissie
1.3 De Grondwet van 1814
1.3.1 Goedkeuring van het grondwetsontwerp
1.3.2 De inhuldiging van Willem I
2 De Staten-Generaal in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
2.1 'Cette réunion devra être intime et complète'
2.1.1 Een bufferstaat tegen Frankrijk
2.1.2 Van Soeverein Vorst naar Koning Willem I
2.1.3 Noodzaak tot herziening van de Grondwet van 1814
2.2 De grondwetsherziening van 1815
2.2.1 Tweekamerstelsel
2.2.2 Verdeling Tweede Kamerzetels
2.2.3 Begrotingsrecht en openbaarheid van vergadering
2.2.4 Het recht van petitie en de vrijheid van drukpers
2.2.5 'Goedkeuring' van het grondwetsontwerp
2.3 Kritische en Koningsgezinde Kamerleden
2.3.1 'Moi, j'existe avant la constitution: les états-généraux n'existent que par elle'
2.3.2 De Staten-Generaal als makke leeuw aan de leiband van de Koning
2.3.3 Groeiend verzet tegen Willem I
3 Conclusies
III 1830-1868
1 'Eene wettelijke fictie tot eene waarheid maken'
1.1 Na de scheiding van 1830.

1.1.1 De 'volhardingspolitiek' van Willem I
1.1.2 De grondwetsherziening van 1840
1.1.3 Tegenstrijdige grondwetsbepalingen dankzij een halfbakken grondwetsherziening
1.2 Het Negenmannenvoorstel
1.2.1 Thorbecke aan zet
1.2.2 Reacties op het Negenmannenvoorstel
1.2.3 Het revolutiejaar van 1848
1.3 De grondwetsherziening van 1848
1.3.1 Het ontwerp van de commissie-Thorbecke
1.3.2 De voorstellen van de regering tot grondwetsherziening
1.3.3 De parlementaire behandeling en goedkeuring van de voorstellen tot grondwetsherziening
2 Voltooiing van het parlementair stelsel
2.1 De wetgever aan zet
2.1.1 Voorstel voor een kieswet in 1849
2.1.2 De Kieswet van 1850
2.1.3 De Wet op het Nederlanderschap van 1850
2.2 Kamerontbinding als middel tot conflictoplossing
2.2.1 Ontbinding ter garantie dat de Kamerleden 'de meening der Natie uitdrukken'
2.2.2 De reikwijdte van de ministeriële verantwoordelijkheid
2.2.3 Vestiging van de vertrouwensregel
3 Conclusies
IV 1868-1917
1 De grondwetsherziening van 1887
1.1 Het censuskiesrecht ter discussie
1.1.1 Pogingen tot wijziging van de Kieswet
1.1.2 De grondwettelijke censuseis steeds meer een doorn in het oog
1.1.3 De uitleg van de Hoge Raad over het kiesrecht
1.2 Voorstellen tot grondwetsherziening
1.2.1 Het kiesrecht
1.2.2 Het kiesstelsel
1.2.3 Het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden
1.3 Een tweede poging tot grondwetsherziening
1.3.1 De onderwijskwestie als kink in de kabel
1.3.2 Voorzien in 'eene zeer groote uitbreiding der kiesbevoegdheid'
2 'Gehakketak' over de Kieswet
2.1 Uitstel van een nieuwe kieswet
2.1.1 Voorstel tot herziening der kiesdistricten
2.1.2 Een nieuwe Wet op het Nederlanderschap
2.2 De nieuwe Kieswet
2.2.1 Vooruitstrevend voorstel van minister Tak.

2.2.2 De Kieswet van Van Houten uit 1896
2.2.3 Wijziging Kieswet in 1900
3 Grondwetsherziening van 1917
3.1 Van partijstrijd naar pacificatie
3.1.1 Discussies over algemeen kiesrecht en evenredige vertegenwoordiging binnen partijen
3.1.2 Mislukte liberale en confessionele pogingen tot grondwetsherziening
3.1.3 Het compromis van Cort van der Linden
3.2 De grondwetsherziening in 1917
3.2.1 Kiesrecht
3.2.2 Kiesstelsel
3.2.3 Tweede lezing
4 Conclusies
V 1917-1946
1 Democratisch optimisme
1.1 Verbetering van het kiesrecht en het kiesstelsel
1.1.1 Invoering van het vrouwenkiesrecht
1.1.2 Technische herziening Kieswet
1.2 Grondwetsherziening in 1922
1.2.1 Het volksinitiatief en het referendum
1.2.2 De troonopvolging
1.2.3 De Staten-Generaal
2 Deceptie over de parlementaire democratie
2.1 Opkomst en bestrijding van het nationaal-socialisme
2.1.1 'Parlement stuurt aan op eigen vernietiging'
2.1.2 De opkomst van de Nationaal-Socialistische Beweging
2.1.3 Overheidsmaatregelen tegen de Nationaal-Socialistische Beweging
2.2 Revolutionair gedachtegoed verbieden of in het parlement bestrijden?
2.2.1 Aanscherping Reglement van Orde der Tweede Kamer
2.2.2 Vervallenverklaring Kamerlidmaatschap
2.2.3 Verbod op politieke partijen
3 De Staten-Generaal tijdens en na de Tweede Wereldoorlog
3.1 Onenigheid tijdens de bezetting over het herstel van het parlement na de oorlog
3.1.1 Discussie in Londen
3.1.2 Discussie in Nederland
3.1.3 'Herstel en vernieuwing'
3.2 Herstel van de vooroorlogse Staten-Generaal
3.2.1 Van een 'tijdelijke' naar een 'voorloopige' Staten-Generaal
3.2.2 Wijzigingen in de Kieswet
3.2.3 De verkiezingen van 1946
4 Conclusies
VI 1946-1967
1 Na de Bevrijding
1.1 Afscheid van Nederlands-Indië
1.1.1 De Republiek Indonesië.

1.1.2 Soevereiniteitsoverdracht Indonesië
1.1.3 De kwestie Nieuw-Guinea
1.2 Grondwetsherziening van 1953
1.2.1 Introductie van een Grondwetskamer
1.2.2 Uitbreiding van het aantal Kamerleden en verlaging van hun minimumleeftijd
1.2.3 Wijzigingen met betrekking tot de buitenlandse betrekkingen
1.3 Grondwetsherziening van 1956
1.3.1 Positie van de Eerste Kamer
1.3.2 Uitbreiding Kamerleden en schadeloosstelling
1.3.3 Nieuwe rechtsorde
2 Behoud van het kiesstelsel maar uitbreiding van het electoraat
2.1 Staatscommissie voor het kiesstelsel en de wettelijke regeling politieke partijen
2.1.1 Oproep Tweede Kamer tot aanpassing van het kiesstelsel
2.1.2 Het kiesstelsel
2.1.3 Wettelijke regeling van politieke partijen
2.2 Grondwetsherziening van 1963
2.2.1 Overdracht soevereiniteit over Nieuw-Guinea aan Indonesië
2.2.2 Leeftijd actief kiesrecht
2.2.3 Leeftijd passief kiesrecht
2.3 Uitwerking in de Kieswet van 1965
2.3.1 Verlaging leeftijd actief kiesrecht
2.3.2 Waarborgsom
2.3.3 Opkomstplicht
3 Veranderingen in de politieke praktijk
3.1 Andere werkwijze van de Tweede Kamer
3.1.1 De erkenning van het bestaan van fracties
3.1.2 Werkverdeling en specialisatie
3.1.3 De opkomst van de televisie
3.2 Van een verzuild partijlandschap naar één pot nat
3.2.1 Rooms-rode coalities na de Bevrijding
3.2.2 De opkomst van het regeerakkoord
3.2.3 De nacht van Schmelzer
4 Conclusies
VII 1967-1983
1 De Grondwet, het parlementair stelsel en het partijwezen ter discussie
1.1 De verkiezingen van 1967
1.1.1 De aanloop naar de verkiezingen van 1967
1.1.2 Verkiezingsnederlaag voor de traditionele partijen
1.1.3 Parlementair debat over staatkundige vernieuwing
1.2 Voorbereiding van een algehele grondwetsherziening
1.2.1 Proeve van een nieuwe grondwet.

1.2.2 Eerste rapport van de Staatscommissie aangaande de herziening van de Kieswet
1.2.3 Tweede rapport van de Staatscommissie aangaande een gedeeltelijke grondwetsherziening
1.2.4 Eindrapport Staatscommissie aangaande een algehele grondwetsherziening
1.3 Geen grootschalige grondwetsherziening maar schamel 'grutterswaar'
1.3.1 Afschaffing opkomstplicht en vergroting effect voorkeursstem
1.3.2 Gekozen formateur en districtenstelsel
1.3.3 Verlaging leeftijd actief en passief kiesrecht
2 Algehele grondwetsherziening van 1983
2.1 De Nota inzake het grondwetsherzieningsbeleid
2.1.1 Districtenstelsel en gekozen formateur
2.1.2 De Eerste Kamer
2.1.3 Het referendum
2.2 Parlementaire reactie op de Nota inzake het grondwetsherzieningsbeleid
2.2.1 Districtenstelsel en gekozen formateur
2.2.2 De Eerste Kamer
2.2.3 Het referendum
2.3 Voorstellen voor een algehele grondwetsherziening
2.3.1 Het kiesrecht
2.3.2 Het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden
2.3.3 Samenstelling en bevoegdheden der Staten-Generaal
2.3.4 Tweede lezing
3 Conclusies
VIII Analyse en conclusie
1 De veranderde betekenis van artikel 50 Grondwet
1.1 Van elk Kamerlid afzonderlijk naar alle Kamerleden samen
1.2 Van concurrent van de Soeverein naar houder van het primaat
1.3 Van aristocratisch bolwerk naar democratisch gelegitimeerd correctiemechanisme
1.4 Van de ingezetenen van het Rijk in Europa naar de Nederlandse kiezers
2 Grondwetsinterpretatie in het politieke domein
2.1 Artikel 50 Grondwet als referentiepunt in het politieke debat
2.2 Verandering in de betekenis van grondwetsbepalingen door continue herinterpretatie
2.3 Geleidelijke of schoksgewijze verandering in het constitutionele recht
3 Tot slot
Epiloog
Summary
Verkort aangehaalde primaire bronnen.

Verkort aangehaalde literatuur.

Browse Subjects

Show more subjects...

Statistics

from
to
Export